Laaggeletterdheid in de zorg is een vraagstuk waar nog weinig over wordt gesproken

Laaggeletterdheid in de zorg

In Nederland zijn 2.5 miljoen mensen laaggeletterd, hiervan werken 250 duizend mensen in de zorg [1]. Mensen met laaggeletterdheid hebben voornamelijk moeite met lezen en schrijven, maar ook met het werken op een smartphone of computer. Het valt in de zorg regelmatig op dat rapportages niet goed zijn geschreven, opdrachten niet goed begrepen worden, protocollen of omgangsadviezen niet goed worden toegepast en dat medewerkers aangeven moeite te hebben met het werken op een computer. Uit een onderzoek naar laaggeletterdheid in de zorg blijkt bijvoorbeeld dat 61% van de deelnemers ziet dat collega’s moeite hebben met het begrijpen van wat een dokter of psycholoog opschrijft of met het begrijpen van een protocol, de helft merkt ook dat collega’s moeite hebben met lezen en schrijven [1].

Toch is er relatief weinig aandacht voor laaggeletterdheid in de zorg. Stigmatisering en schaamte spelen hierbij een grote rol, waardoor zorgverleners terughoudend zijn bij het vragen om hulp. Hierdoor is er weinig aandacht voor laaggeletterdheid en worden de gevolgen onderschat. Een zorgprofessional gaf bijvoorbeeld aan: “Ik zal niet snel aan mijn leidinggevende vertellen dat ik problemen heb met lezen. Ik ben bang dat ik dan vast kom te zitten op mijn plek, omdat ze denken dat ik niet meer kan. Ik zou wel willen dat een leidinggevende ernaar vraagt, maar het voelt voor mezelf ook als falen” [1]. Als gevolg zijn leidinggevenden vaak ook niet op de hoogte van, en weten ze niet hoe, ze zorgprofessionals met laaggeletterdheid het beste kunnen helpen.

Door meer openheid, aandacht en bewustwording binnen de organisatie te creëren kunnen zorgorganisaties laaggeletterdheid uit de taboesfeer halen. Daarnaast kan het trainen van leidinggevenden in het herkennen en bespreekbaar maken van signalen van laaggeletterdheid helpen om zorgprofessionals beter te ondersteunen. Ook kan er meer aandacht besteed worden aan het aanbieden van scholing en protocollen op verschillende niveaus van taalvaardigheid. Door het toevoegen van filmpjes en plaatjes help je de medewerkers om hun werkzaamheden beter uit te voeren, waardoor zij minder stress ervaren.

Verslaglegging in de zorg is uitermate belangrijk bij de behandeling van patiënten of cliënten. Laaggeletterdheid kan leiden tot kwalitatief mindere verslaglegging, ook bij zorgprofessionals die los van hun laaggeletterdheid juist zeer goed zijn in hun werk. Een consequentie van ondermaatse verslaggeving is dat patiëntveiligheid in het geding kan komen. Daarnaast kan schaamte over laaggetterdheid onder zorgprofessionals leiden tot het vermijden van verslaglegging. Bij Attendi constateren we dat zorgprofessionals die voorheen weinig rapporteerden veelvuldig gebruik maken van de Attendi Speech Service ten opzichte van andere collega’s. In dit artikel leggen we uit hoe spraak-naar-tekst hen helpt bij het maken van verslagen.

De verschillen tussen ingesproken en geschreven rapportages

Het is moeilijk om onafhankelijk van de context uitspraken te doen over de kwaliteit van een rapportage. Vanuit onze data kunnen wij wel een analyse doen naar de mate waarin spelfouten voorkomen. de kwaliteit van rapportages op een kwantitatieve manier te onderzoeken. Daarom hebben we als eerst gekeken naar het aantal spellingsfouten dat voorkomt in de verslaggeving wanneer deze is getypt. Dit hebben we vergeleken met het aantal spellingsfouten wanneer deze is ingesproken en door ons is omgezet in tekst. Onder spelling kunnen meerdere soorten fouten worden verstaan, wij hebben specifiek gekeken naar verkeerd gespelde woorden. Uit eigen onderzoek blijkt dat bij getypte rapportages 9% van de regels een verkeerd gespeld woord bevatten, bij ingesproken rapportages was dit 3%.

Bij deze resultaten is het echter belangrijk om te vermelden dat we te maken hebben met valse positieven en valse negatieven. Valse positieven zijn woorden die gemarkeerd worden als spellingsfouten maar eigenlijk correct zijn. Dit zijn voornamelijk vaktermen binnen de gezondheidszorg die niet herkend zijn door de spellingscontrole. Aangezien deze valse positieven in beide datasets voorkomen zal dit geen invloed hebben op de algemene tendens in de resultaten. Valse negatieven zijn woorden die gemarkeerd zijn als correct maar dat juist niet zijn. Deze komen voor wanneer het woord wel goed is gespeld maar niet grammaticaal correct is gebruikt in de zin.

Niet geheel verrassend zien we de meeste fouten bij lange namen van medicatie of medische termen met een Grieks/Latijnse oorsprong. Woorden die spelfouten bevatten worden niet of nauwelijks begrepen door computers. Softwareleveranciers als Ecare proberen onder andere aan de hand van Natural Language Processing zorgprofessionals te ondersteunen met geautomatiseerde inzichten op basis van de verslaggeving. Dit soort technologie werkt effectiever als de input data een bron van tekst is waarin concepten zijn beschreven zoals de computer deze kent. Spraak-naar-tekst kan hier een potentiële oplossing voor zijn aangezien het model woorden automatisch correct omzet naar tekst wanneer deze worden ingesproken.

Hoe kan spraak-naar-tekst zorgprofessionals helpen bij laaggeletterdheid?

Er zijn dus kansen voor spraak-naar-tekst om zorgprofessionals bij deze uitdaging te helpen. In eerste instantie kan de technologie helpen bij het verbeteren van de spelling in verslagen. Bij Attendi zien we dat zorgprofessionals weleens moeite hebben met het correct schrijven van lastige woorden zoals namen van specifieke medicamenten. Omdat deze worden correct in onze modellen staan zal de spraak-naar-tekst deze altijd goed omzetten. Bovendien komt het ook voor dat laaggeletterde zorgprofessionals moeite hebben bij het lezen van verslagen. Met spraak-naar-tekst is het ook mogelijk voor deze zorgprofessionals om het audiofragment van de rapportages te beluisteren in plaats van het verslag te lezen. In het geval dat zorgprofessionals de Nederlandse taal niet machtig zijn kan een in het Nederlands geschreven rapportage ook in een andere taal worden opgelezen.

Daarnaast lijkt spraak-naar-tekst een oplossing te zijn voor zorgprofessionals die momenteel moeite hebben met rapporteren doordat ze bijvoorbeeld niet graag digitaal werken of moeite hebben hun bevindingen uit te drukken in schrift. Omdat deze groep moeite heeft met rapporteren, valt het op dat ze ook minder of soms zelfs niet rapporteren. Met behulp van spraak-naar-tekst kunnen deze zorgprofessionals hun bevinding eenvoudig inspreken, een manier van rapporteren die voor hen natuurlijker aanvoelt.

In de toekomst zien we ook kansen voor spraak-naar-tekst om meer structuur aan te brengen in verslagen, waardoor deze overzichtelijker en daarmee makkelijker te lezen worden. We trainen bijvoorbeeld onze modellen op het automatisch toepassen van interpunctie. Daarnaast zorgen we voor een witregel als een zorgprofessional tijdens een rapportage even een stilte laat vallen. Zo ontstaan er duidelijke secties in een rapportage. Dit soort automatische formatering gaat zorgprofessionals helpen om bondige rapportages te schrijven die voor iedereen eenvoudig leesbaar zijn. Ook kijken we naar mogelijkheden om voor zorgprofessionals die de Nederlandse taal niet machtig zijn een in het Nederlands geschreven rapportage ook in een andere taal laten opgelezen.

Bronvermelding:

[1] Godschalk, I. & van den Muijsenbergh, M. (2021). Laaggeletterde medewerkers werkzaam in het verpleeghuis. https://www.verenso.nl/magazine-augustus-2021/no-4-augustus-2021/wetenschap/laaggeletterde-medewerkers-werkzaam-in-het-verpleeghuis